Natuurinclusief bouwen en ontwerpen

Natuurinclusief als nieuwe norm

Nederland is een sterk verstedelijkt land. Een groot deel van de Nederlanders woont in steden of in de kernen er omheen en die trend zet naar verwachting alleen maar door.

Deze bevolkingsgroei zorgt voor een enorme ver-efficiëntie van het landgebruik. Deze mateloze menselijke drang naar efficiënt landgebruik heeft een enorm negatief effect op de biodiversiteit. Al het groen in overhoekjes, bosjes etc is de laatste decennia grotendeels verdwenen. Daarnaast wordt heel veel monotoon landschap gecreëerd, zowel op het platteland (eindeloze weilanden met engels raaigras en rechte sloten) tot in de woonwijk (rechte lanen van 1 boomsoort met gras of bodembedekkers in de vakken eronder).

Deze steeds verder oprukkende verstedelijking is niet de belangrijkste oorzaak van het grootschalige biodiversiteitsverlies in Nederland. Het is de manier waarop we het met elkaar invullen. Idem voor het platte land.We benaderen het namelijk vanuit de behoefte van de mens en daarbij kijken we onvoldoende naar de behoefte van de natuur. (spoilerallert: en die heeft juist enorm behoefte aan diversiteit….op alle vlakken en lagen)

Daarnaast zijn de baten van biodiversiteit juist hard nodig in de stad. Het planten van een paar extra bomen en het zaaien van bijenlinten is daarvoor niet voldoende. Het vraagt om een visie die echt aansluit bij wat goed is voor al wat leeft; een natuurinclusieve visie. Biodiversiteit gaat over de natuurlijke verscheidenheid van soorten binnen een ecosysteem, maar ook over de verscheidenheid aan rassen binnen een soort. In een gezond ecosysteem wemelt het van de verschillende soorten planten, dieren, schimmels die samen de natuur in balans houden. Deze diversiteit aan soorten hangt nauw samen met kleine verschillen van de omgeving waarin ze voorkomen. Dat kan op zeer kleine elementen het verschil maken tussen het wel of niet verdwijnen van een hele soort.

In Nederland verliezen we door onze huidige benadering van bouwen en landbouw in rap tempo diersoorten zoals diverse soorten bijen en vlinders en inheemse bomen en struiken. Zo’n 50% van onze inheemse bomen en struikensoorten zijn al zeldzaam en/of worden met uitsterven bedreigd. Het verlies van biodiversiteit verzwakt het natuurlijk systeem waar we allemaal van afhankelijk zijn. Het maakt het natuurlijk systeem vatbaarder voor ziektes en plagen en minder weerbaar om te reageren op veranderende omstandigheden zoals klimaatverandering. Verdwijnen er teveel soorten, of sleutelsoorten, dan raakt het (eco)systeem aan het wankelen en stort het in. Vergelijk het maar met het spel Jenga: je kunt niet onbeperkt blokken uit de toren halen en verwachten dat de toren net zo sterk is en overeind blijft.

Biodiversiteit begint bij de tekentafel

Niet elke vorm van groen geeft evenveel baten. Daarom is het van belang om de omgeving zo te ontwerpen dat het een zo goed mogelijk resultaat geeft voor planten, dieren en mensen. Alleen een goedbedoeld bijenlint hier en daar geeft niet dezelfde baten op leefkwaliteit, leefbaarheid en biodiversiteit als een samenhangend netwerk van onderling verbonden groene gebieden.

Een diverse en veerkrachtige groenstructuur in stedelijk gebied begint dus bij het ontwerp.  Die zal niet alleen kijken naar wat mooi en leuk is voor het betreffende gebied, maar zorgen dat het ontwerp zoveel mogelijk meerwaarde creëert voor het grotere geheel. Het beschermen, herstellen, versterken en vergroten van biodiversiteit is een absolute voorwaarde voor de duurzame ontwikkeling van stedelijk gebied, en is daarmee ook een belangrijk aspect van het werk van de groenontwerper. De kunst is om dat te doen op een manier die ook nog ander functies vervult, zoals klimaatbeheersing en fijnstofopvang, en dat het er mooi uit moet zien is helemaal geen beperking natuurlijk!

De natuurinclusieve leefomgeving als nieuwe norm

We denken daarbij aan voldoende areaal van samenhangend groen (en blauw) in de stad waarin soorten bloemen, struiken, planten en dieren zich thuis voelen en waar mensen zich in hun stad verbonden kunnen voelen met de natuur. Net zoals er een verkeersnetwerk is voor mensen, zijn er ook verbindingen nodig tussen de verschillende bestemmingen van planten en dieren, via lanen, perken, parken en groenstroken.

Maar ook de gebouwen zelf bieden hele grote mogelijkheden als “stepping stones” om een groene verbinding maken. Door architectuur en landschap meer in elkaar over te laten vloeien (biophylic design) en door goed te kijken naar de natuur te kijken en dit te kopiëren (biomymicry) kan de gebouwde leefomgeving de redding worden voor de biodiversiteit.

Specialistische kennis van soorten, rassen, hun ideale omstandigheden en hoe ze elkaar beïnvloeden, is hierbij onmisbaar. Oog hebben voor onze inheemse soorten, wilde Nederlandse bomen, struiken en bloemen die we op grote schaal dreigen te verliezen, en die als basis gebruiken in het ontwerp. Op die manier zorg je voor een samenhangend, robuust groenontwerp waarin soorten en rassen elkaar en het natuurlijk systeem versterken. Dit bespaart ook nog eens kosten voor toekomstig beheer en bestrijding van de eikenprocessierups, de iepziekte en essentaksterfte. Ten slotte is het belangrijk om te kiezen voor levensvriendelijk materiaal. Dus biologisch geteeld, gifvrij groen waar insecten en vogels veilig van kunnen eten.

Diversiteit tegen kwetsbaarheid

Een grotere diversiteit aan soorten en rassen heeft als praktisch voordeel dat dit het groen minder kwetsbaar maakt voor ziekten en plagen. Het effect van een agressieve ziekte in een soortenarme omgeving is veel groter dan wanneer er een grote diversiteit aan soorten is met verschillende eigenschappen. Een historisch voorbeeld is de iepziekte die begin vorige eeuw toesloeg. Er zijn vele soorten iepen, maar de Nederlandse iepenpopulatie bestond op dat moment voor bijna 100 % uit één soort, die nou net zeer vatbaar was voor de iepziekte. Gevolg is dat het aantal iepen door de iepziekte werd gedecimeerd.

 

Rentmeesterschap in plaats van Beheersen

Al is het ontwerp en de aanleg nog zo zorgvuldig gedaan met het oog op biodiversiteit, het is pas echt zinvol als vervolgens ook het beheer op levensvriendelijke wijze gebeurt. Hierbij is een vuistregel om met de natuur mee te beheren in plaats van haar te “bestrijden” of te “beheersen”. Een actueel voorbeeld is de aanpak van de eikenprocessierups. Eiken zijn, na de wilg, de boomsoort met de hoogste biodiversiteit van insecten (ca. 450 soorten!). Veel bestrijdingsmethoden doden niet alleen de gehate eikenprocessierups maar ook de insecten die we juist graag willen houden. Veel slimmer is het om de natuur zelf het werk te laten doen. Koolmezen, spreeuwen en spechten eten de rupsen graag. Wanneer we voor deze natuurlijke vijanden een fijne leefomgeving maken bij eiken, loopt het ‘vanzelf’ slecht af voor de eikenprocessierups.  

Het gebruik van gif voor de bestrijding heeft dus een dubbel negatief effect. Het doodt niet alleen de eikenprocessierups maar ook alle andere 450 soorten. Daarnaast komt het gif in de vogels terecht die de rupsen eten met alle fatale gevolgen van dien. Op deze wijze geven we de natuur door van generatie op generatie.

Nieuwe normen en waarden beheerplannen

Met een holistische en ecologische blik kijken naar onze leefomgeving is de randvoorwaarde om echt een verschil te maken. Consequentie is daarmee dat we ons los moeten weken van de bestaande normen en waarden qua beeld van onze leefomgeving. Deze is immers de laatste decennia steeds sterieler geworden.

Het invoeren van extensief beheer, ook wel ‘liefdevolle verwildering’ genoemd, is een belangrijke beheermaatregel. Dit houdt in dat er minder gemaaid, gesnoeid en gekapt wordt en de natuur meer ruimte krijgt om te groeien, te bloeien en zich voort te planten. Snoei bomen niet te hoog op, respecteer hun natuurlijke vorm en koester de onderbegroeiing als woon-, fourageer- en schuilplaats van talrijke soorten.

Ten slotte moeten we anders naar groenafval gaan kijken. Afval bestaat niet in de natuur, alles heeft nut. Het is belangrijk om wat wij als afval zien, zoals bladeren, te laten liggen of een plek te geven in de groenperken zodat het kan dienen als voedsel, schuilplek en nestmateriaal voor verschillende soorten.

Deze genoemde maatregelen staan niet op zichzelf maar vormen met elkaar een integrale aanpak die goed doordacht is met kennis van het natuurlijk systeem, (inheemse) soorten en gebiedskennis om te zorgen dat er, naast een optimale leefomgeving voor biodiversiteit, ook een prettige woon en leefomgeving voor mensen ontstaat. Zo ontstaat een nieuwe vorm van beheerplannen dat goed is voor al wat leeft.

 

Heeft u vragen over natuurinclusief ontwerpen?
Met onze specifieke kennis op dit gebied binnen Donker Design adviseren we u hierin graag. Onze oplossingen gaan vaak verder dan de gebruikelijke scope van het project. Een duurzame en circulaire aanpak voert hierbij de boventoon. Wij inspireren mensen, bedrijven en instellingen hierin hetzelfde te doen.

Omhoog